ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2638
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat exploitatie B&B geen bron van inkomen vormt wegens financieringslasten
De zaak betreft een hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden inzake de inkomstenbelasting over de jaren 2004 en 2005. Belanghebbenden, erven van erflater, stelden dat de exploitatie van een luxe Bed and Breakfast (B&B) een bron van inkomen vormt en als onderneming moet worden aangemerkt. De Inspecteur stelde dit te betwisten en handhaafde de aanslagen.
De discussie spitste zich toe op de vraag of de B&B een bron van inkomen vormt, waarbij partijen een vaststellingsovereenkomst sloten met een opschortende voorwaarde dat het break-evenpoint in 2010 zou moeten worden bereikt. Belanghebbenden konden dit break-evenpoint niet aantonen, mede doordat de financieringslasten van de lening die de B&B deels financierde, in aanmerking moesten worden genomen.
Het Hof oordeelde dat de financieringsrente die voortvloeit uit de lening die deel uitmaakt van de B&B, mede moet worden betrokken bij de beoordeling van de bronvraag. Hierdoor was de opschortende voorwaarde niet vervuld en vormde de exploitatie van de B&B geen bron van inkomen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.