ECLI:NL:GHARL:2013:BZ2802
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek omzetbelasting bij verhuur onzelfstandige werkkamer in woonhuis
Belanghebbende, een samenwerkingsverband tussen A en B, had een onzelfstandige werkkamer in hun woonhuis verhuurd aan de BV van A, een sloopbedrijf. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op en weigerde teruggaaf van voorbelasting. De Rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en wees het vertrouwensbeginsel af.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de verhuur een economische activiteit was en dat er recht was op aftrek van voorbelasting. Het Hof oordeelde dat de verhuur van de werkkamer, vanwege het ontbreken van zelfstandigheid zoals een eigen opgang en sanitaire voorzieningen, niet vergelijkbaar is met zelfstandige verhuur en geen economisch karakter heeft. Er was geen markt voor deze verhuur en de prijs was niet tot stand gekomen door vraag en aanbod.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de teruggaaf van omzetbelasting over het tweede kwartaal 2010 een voorlopig oordeel van de Inspecteur was en belanghebbende niet alle relevante informatie had verstrekt. Het meer subsidiaire standpunt van gedeeltelijke aftrek werd eveneens verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen recht op aftrek omzetbelasting wegens ontbreken economische activiteit.