ECLI:NL:GHARL:2013:BZ3264
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling derdenbeslag en redelijke vergoeding werkzaamheden partner bestuurder vennootschap
In deze zaak stond centraal of de door Magistral B.V. afgelegde verklaring ex artikel 476a Rv over het ontbreken van een rechtsverhouding met [X], partner van de bestuurder en feitelijk leidinggevende, onjuist was. Achmea had derdenbeslag gelegd op vorderingen van [X] op Magistral, maar Magistral stelde dat [X] slechts onkostenvergoeding ontving en geen aanspraak had op loon.
De rechtbank had de verklaring van Magistral onvoldoende onderbouwd geoordeeld en de vordering van Achmea toegewezen. In hoger beroep heeft het hof de financiële stukken van Magistral onderzocht, waaronder jaarrekeningen, loonstaten en belastingaanslagen, waaruit bleek dat [X] geen loon ontving en dat de verklaring van Magistral niet onjuist was.
Het hof overwoog dat hoewel [X] feitelijk leiding gaf en werkzaamheden verrichtte, dit niet automatisch een rechtsverhouding met vergoeding impliceert. De redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van [X] werd vastgesteld op €1.000 per maand, rekening houdend met parttime inzet en financiële situatie van Magistral, met een maximum van de winst na belastingen.
De vordering van Achmea tot betaling van het beslagbedrag vermeerderd met wettelijke rente werd alsnog toegewezen op grond van artikel 479a Rv. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter onder aanvulling van gronden en veroordeelde Magistral in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Achmea toe en stelt een redelijke vergoeding voor de werkzaamheden van [X] vast op €1.000 per maand, gemaximeerd op de winst na belastingen.