ECLI:NL:GHARL:2013:BZ4784
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugvordering fraudegelden van ex-echtgenote wegens onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking
In deze civiele zaak vordert Qualinorm B.V. terugbetaling van frauduleus verkregen gelden van de ex-echtgenote van een werknemer, op grond van onverschuldigde betaling, ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad. De ex-echtgenote stelt dat zij redelijkerwijs niet hoefde te vermoeden dat haar echtgenoot geen medeaandeelhouder was, en beroept zich op haar goede trouw.
Het hof bevestigt dat de ex-echtgenote in beginsel gehouden is tot terugbetaling van de gelden. Artikel 6:204 lid 1 BW Pro is niet van toepassing op geldsommen, maar artikel 6:2 lid 2 BW Pro kan toewijzing verhinderen indien toewijzing onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De ex-echtgenote moet bewijzen dat zij redelijkerwijs niet hoefde te weten dat haar echtgenoot geen medeaandeelhouder was.
De kantonrechter had geoordeeld dat de goede trouw van de ex-echtgenote de vordering in de weg stond, omdat zij aannemelijk had gemaakt dat zij de betalingen niet zou hebben gedaan zonder de onverschuldigde betalingen van haar echtgenoot. Qualinorm betwist dit en stelt dat de ex-echtgenote wel degelijk op de hoogte had moeten zijn van de situatie.
Het hof draagt partijen op bewijs te leveren over de wetenschap van de ex-echtgenote omtrent het medeaandeelhouderschap van haar echtgenoot. De verdere behandeling van de grieven wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd. Ook de vorderingen op grond van ongerechtvaardigde verrijking en onrechtmatige daad worden in afwachting daarvan aangehouden.
Daarnaast behandelt het hof de vraag of de ex-echtgenote naast haar echtgenoot aansprakelijk kan worden gehouden voor een groot bedrag aan onverschuldigde betalingen en verrijking. Het hof acht voorshands aannemelijk dat zij ongerechtvaardigd is verrijkt met bepaalde betalingen, maar niet met alle door Qualinorm gestelde bedragen, en wijst bewijslevering toe om dit nader te onderbouwen.
Uitkomst: Het hof draagt partijen op bewijs te leveren over de wetenschap van de ex-echtgenote omtrent het medeaandeelhouderschap en houdt verdere behandeling aan.