ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9783
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout advocaat en aansprakelijkheid voor schadevergoeding
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de advocaat ([geïntimeerde]) aansprakelijk was voor schade als gevolg van beroepsfouten in een procedure tot boedelverdeling tussen [appellant] en diens ex-echtgenote.
De rechtbank had eerder vastgesteld dat de advocaat meerdere beroepsfouten had gemaakt, waaronder het niet opvragen van een testament en het onjuist instellen van een vordering tot medewerking aan een boedelbeschrijving. Het hof bevestigde deze fouten, maar wees de vordering tot vergoeding van immateriële schade af omdat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij leed aan een erkend psychiatrisch ziektebeeld en het causaal verband met de fouten.
Het hof oordeelde dat de advocaatkosten van een derde raadsman, gemaakt in een dwangsomprocedure die voortvloeide uit de beroepsfouten, wel toewijsbaar zijn. De vordering tot vergoeding van een verhoogde eigen bijdrage werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het hof vernietigde het eerdere vonnis voor zover het de schadevergoeding betrof en wees een totaalbedrag van € 8.126,26 toe, vermeerderd met wettelijke rente. De overige vonnissen werden bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst een schadevergoeding van € 8.126,26 toe wegens advocaatkosten, maar wijst de vordering tot immateriële schade af.