ECLI:NL:GHARL:2013:BZ9804
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgeldigheid pandakte en bewijslevering omtrent verpanding minigraver
In deze civiele zaak staat de geldigheid van een pandakte en de bewijslevering omtrent de verpanding van een minigraver centraal. Het hof stelt vast dat de pandakte en opgave voldoen aan de eisen, ook al zijn niet alle voorraden tot in detail gespecificeerd. De enkele verwijzing naar de boekhouding van de pandgever leidt niet tot onvoldoende bepaalbaarheid.
De appellant heeft stukken overgelegd waaruit blijkt dat minigravers van het merk Case zijn verpand, maar niet dat de specifieke ontvreemde minigraver ook is verpand. De appellant heeft een aankoopfactuur overgelegd, maar een specificatie van de grootboekrekening ontbreekt, terwijl de geïntimeerden betwisten dat de minigraver is ontvreemd.
Het hof laat de appellant toe tot bewijslevering door getuigen, mits eerst vaststaat dat het pandrecht niet is tenietgegaan door voldoening van de hoofdvordering. De vordering wordt betwist door geïntimeerden, die wijzen op een oude brief en onduidelijkheid over het verloop van de vordering. Het hof gelast een comparitie om nadere inlichtingen te verkrijgen en een minnelijke regeling te beproeven.
Partijen worden verplicht stukken te overleggen en zich te laten vertegenwoordigen door bevoegde personen. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing na de comparitie.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de pandakte geldig is, staat bewijslevering toe en gelast een comparitie voor nadere inlichtingen en minnelijke regeling, waarna verdere beslissing volgt.