ECLI:NL:GHARL:2013:CA0092
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontslag op staande voet wegens seksuele intimidatie in Wmo-vervoer
In deze zaak is appellant, een taxichauffeur, ontslagen op staande voet wegens ernstige seksuele intimidatie van een passagier met multiple sclerose (MS) tijdens een Wmo-vervoer rit op 18 januari 2011. De passagier deed een klacht bij de werkgever, die appellant daarop confronteerde en vervolgens ontsloeg. Appellant betwistte de klacht en stelde dat het ontslag nietig was, vorderde loondoorbetaling en stelde dat het ontslag disproportioneel was.
De kantonrechter oordeelde dat er voorshands voldoende bewijs was dat appellant de passagier bij de wangen had gepakt en op de mond had gezoend. Appellant mocht tegenbewijs leveren, maar zijn verzoek tot hernieuwd horen van de passagier werd afgewezen. Producties zoals een sepotbeslissing en een bestuursrechtelijke uitspraak over een WW-uitkering boden geen tegenbewijs. De kantonrechter wees de vorderingen van appellant af.
In hoger beroep handhaafde het hof het oordeel van de kantonrechter. Het hof overwoog dat appellant geen reden had om te vertrouwen op intrekking van het ontslag ondanks doorbetaling van loon na 20 januari 2011. Het hof vond dat de gedragingen een dringende reden vormden voor ontslag op staande voet, mede vanwege de kwetsbaarheid van de passagier en het vertrouwen dat de werkgever in de chauffeur moet kunnen stellen. Het hof verwierp ook het betoog dat de kantonrechter onvoldoende onderzoek had gedaan en dat een lichtere sanctie passend was. Wel stond het hof toe dat appellant getuigen, waaronder de moeder en vriend van de passagier, kon oproepen voor tegenbewijs. De zaak werd aangehouden voor het horen van deze getuigen.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet van appellant wegens seksuele intimidatie tijdens Wmo-vervoer wordt bevestigd.