Uitspraak
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In hoger beroep stond de vraag centraal of de werknemer terecht op staande voet was ontslagen wegens seksuele intimidatie van een passagier. Het hof nam het tussenarrest over en hield getuigenverhoren aan beide zijden. De werknemer riep meerdere getuigen op, waaronder familie en vrienden, terwijl de werkgever getuigen uit haar organisatie liet horen.
De verklaringen van de passagier en haar vriend, die het incident direct meemaakten en het verhaal bevestigden, werden als overtuigend beoordeeld. De getuigen van de werknemer konden het bewezen geachte feit niet ontkrachten. Ook de werknemer zelf slaagde er niet in het tegenbewijs te leveren.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van de werknemer, namelijk het ongewenst bij beide wangen pakken en een zoen op de mondhoek geven, voldoende waren komen vast te staan en ontslag op staande voet rechtvaardigden. Het hof bekrachtigde daarom de eerdere vonnissen en veroordeelde de werknemer in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het ontslag op staande voet wegens bewezen seksuele intimidatie en wijst het beroep van de werknemer af.