ECLI:NL:GHARL:2013:CA1536
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toestemming voor verbouwing keuken bij huurovereenkomst van voor 2003
In deze zaak huurt geïntimeerde sinds 1992 een woning van appellant, die tevens haar vader is. De huurder heeft de keuken verbouwd waarbij het dakterras bij de keuken is betrokken. Appellant heeft de huur opgezegd en vorderde ontruiming van de woning omdat de huurder zonder toestemming bouwkundige veranderingen had aangebracht.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder toestemming had gekregen voor de verbouwing, en wees de vordering van appellant af. Appellant ging in hoger beroep met drie grieven, waaronder dat de huurder niet had bewezen dat toestemming was verleend.
Het hof overweegt dat vanwege de huurovereenkomst van voor 1 augustus 2003 het oude huurrecht van toepassing is, waarbij artikel 7:215 BW Pro niet geldt. Volgens het oude recht mag een huurder alleen wijzigingen aanbrengen die passen bij het gebruik als goed huurder. De uitbouw van de keuken over het dakterras is een wijziging die toestemming van de verhuurder vereist.
Het hof stelt dat de huurder de bewijslast draagt voor toestemming, maar dat deze niet schriftelijk of vooraf hoeft te zijn. Uit verklaringen en gedragingen van appellant mocht de huurder redelijkerwijs afleiden dat hij instemde met de verbouwing. Het hof onderschrijft de motivering van de kantonrechter en wijst de grieven af.
Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de vonnissen van de rechtbank worden bekrachtigd.