ECLI:NL:GHARL:2013:CA2227
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vaststelling WOZ-waarde van bovenwoning in Groningen
Belanghebbende was eigenaar van een bovenwoning in Groningen die per waardepeildatum 1 januari 2009 door de Heffingsambtenaar werd gewaardeerd op €193.000. Belanghebbende betwistte deze waarde en stelde dat deze te hoog was vanwege het lage afwerkingsniveau, onderhoudsbehoefte en beperkte bruikbaarheid van delen van het pand. Hij stelde een waarde van €63.975 voor.
De Heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatieverslag en een uitgebreide vergelijking met negen vergelijkbare woningen in Groningen, rekening houdend met factoren zoals ligging, staat van onderhoud en gebruik. De taxateur stelde dat de verschillen tussen het pand en de vergelijkingsobjecten niet zodanig waren dat deze de waardeaanpassing rechtvaardigden.
Het hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar de bewijslast had voldaan en dat de methode van waardebepaling, inclusief de systematische vergelijking en herrekening naar de waardepeildatum, zorgvuldig was toegepast. De door belanghebbende aangevoerde argumenten, zoals de monumentenstatus en het gebruik als bedrijfspand, werden niet aannemelijk geacht of zouden zelfs tot een hogere waarde leiden. Het hof bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €193.000 wordt ongegrond verklaard.