ECLI:NL:GHARL:2013:CA3149
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting wegens valsheid in geschrifte en onttrekking vermogen
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over meerdere jaren, opgelegd naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek naar valsheid in geschrifte en het onttrekken van vermogen uit vennootschappen via vervalste facturen en onjuiste boekingen.
De Inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2000 tot en met 2006, waarbij betalingen op Duitse bankrekeningen werden aangemerkt als verkapte dividenduitkeringen. Belanghebbende stelde zich onder meer op het standpunt dat de aanslagen over 2000 en 2001 te laat waren opgelegd en dat het verdedigingsbeginsel was geschonden door het opleggen zonder voldoende overleg.
Het hof oordeelt dat de Inspecteur de navorderingsaanslag over 2000 te vroeg heeft opgelegd, waardoor belanghebbende zich op het verstrijken van de aanslagtermijn kan beroepen. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar inkomen van €287.376. Verder wordt geoordeeld dat het Nederlandse stelsel van rechtsbescherming voldoet aan het verdedigingsbeginsel, en dat de Inspecteur de redelijkheid niet heeft geschonden door contante betalingen niet in mindering te brengen.
De overige aanslagen worden bevestigd. Het hof veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Navorderingsaanslag 2000 wordt verminderd, overige aanslagen bevestigd, Inspecteur veroordeeld in proceskosten.