ECLI:NL:GHARL:2014:2573
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende partijdigheid in civiele zaak
In een civiele zaak tussen verzoekster en tegenpartijen werd door verzoekster een wrakingsverzoek ingediend tegen de raadsheren Laurentius-Kooter, Dozy en Balkema. Dit verzoek volgde op de afwijzing van haar verzoek tot aanhouding van de mondelinge behandeling, terwijl zij zich ziek voelde en daardoor haar recht op een eerlijk proces bedreigd zag.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn ambt wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er zwaarwegende aanwijzingen zijn voor vooringenomenheid. De afwijzing van het aanhoudingsverzoek werd als een normale procedurele beslissing gezien, die op zichzelf geen grond voor wraking vormt. Ook de vermeende telefonische uitlatingen van medewerkers van de administratie konden niet worden toegeschreven aan het hof zelf en vormden onvoldoende aanleiding voor de vrees van partijdigheid.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen sprake was van schijn van vooringenomenheid of partijdigheid en dat het verzoek tot wraking daarom ongegrond was. Tevens werd terughoudendheid betracht bij toepassing van artikel 39, lid 4 Rv, omdat het hier het eerste wrakingsverzoek betrof. Het verzoek werd dan ook afgewezen en de behandeling van de zaak kon worden voortgezet.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren is afgewezen wegens gebrek aan bewijs voor partijdigheid.