Belanghebbende stelde in hoger beroep dat een bedrag van € 24.559 dat hij aan zijn voormalige vennoot en ex-partner had betaald, als buitengewone last op de winst in aftrek mocht worden gebracht. De Inspecteur betwistte dat dit bedrag als uitkoopsom was betaald en dat het ten laste van het resultaat kon komen.
De Rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, en het Hof bevestigt dit oordeel. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het bedrag daadwerkelijk als zakelijke uitkoopsom is betaald, noch dat dit bedrag bij mevrouw C in de inkomstenbelasting is betrokken. De bewijslast rust op belanghebbende, die geen overtuigend bewijs heeft geleverd.
Daarnaast is vastgesteld dat de aanslag IB/PVV 2009 berust op een redelijke schatting door de Inspecteur en niet op willekeur. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.
Het Hof heeft geen proceskostenveroordeling opgelegd en de uitspraak is gedaan in aanwezigheid van de griffier. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.