Belanghebbende, een BV actief in de inrichting van gebouwen, was in geschil met de Belastingdienst over de correctie van haar belastbare winst 2006 met €727.750 wegens oninbare vorderingen en contante opnamen. De Inspecteur handhaafde de aanslag en boete, de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond maar mat de boete. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de opnamen in 2005 en 2006 zakelijke kosten betroffen en dat de vorderingen op derden oninbaar waren.
Het Hof oordeelde dat de opnamen door de directeur-aandeelhouder niet als zakelijke kosten konden worden aangemerkt, maar als privé-opnamen. De lening aan een derde en de vordering op een Belgische klant waren niet aantoonbaar oninbaar ultimo 2006. De boete werd vernietigd omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende wist van de onjuistheid van haar aangifte.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor wat betreft de boete, maar de aanslag werd bevestigd. Tevens werd belanghebbende in de proceskosten van het hoger beroep en griffierechten veroordeeld.