Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratie(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende was houder van een motorrijtuig waarvan het kentekenbewijs was geschorst van 21 september 2011 tot en met 5 juli 2012. Tijdens deze periode werd vastgesteld dat het voertuig op de openbare weg werd gebruikt. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag en een verzuimboete van elk €1.011 op. De rechtbank had de naheffingsaanslag en boete verminderd tot respectievelijk €1.007 en €503.
In hoger beroep stond alleen de rechtmatigheid en hoogte van de verzuimboete ter discussie. Het hof oordeelde dat de wetgever met het boetepercentage van 100% een preventieve werking beoogde en dat de boete passend was, ook zonder strafverzwarende omstandigheden. De door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, waaronder het gebruik van een handelaarskenteken en het vallen van de kentekenplaat, konden de boete niet matigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de boete betrof, handhaafde de boete van €1.007 en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 22 juli 2014.
Uitkomst: De verzuimboete wordt vastgesteld op 100% van de naheffingsaanslag, zijnde €1.007.