Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verloop van het geding
2.De vaststaande feiten
tijdelijkin gebruik kunnen worden gegeven.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellant vorderde in hoger beroep vastlegging van een pachtovereenkomst met betrekking tot circa 50 hectare grond die hij in gebruik had. Het geschil betrof de vraag of er een rechtsgeldige pachtovereenkomst tot stand was gekomen met de Staat, vertegenwoordigd door Ballast Nedam.
Het hof stelde vast dat de gebruiksvoorwaarden, waaronder het jaarrond begrazen van het gebied, niet als een tegenprestatie konden worden aangemerkt, maar veeleer als beperkingen in het gebruik. Bovendien was onvoldoende toegelicht dat Ballast Nedam namens de Staat bevoegd was een pachtovereenkomst aan te gaan. De briefwisseling toonde aan dat het gebruik slechts op basis van gedogen plaatsvond en onder voorbehoud van goedkeuring van Rijkswaterstaat.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende concrete feiten had gesteld die tot een andere beslissing konden leiden en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Arnhem dat de vordering afwees. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot vastlegging van een pachtovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van een tegenprestatie en vertegenwoordigingsbevoegdheid.