Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Centrale administratie(hierna: de Inspecteur)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende exploiteert een autobedrijf en gebruikte een auto uit zijn bedrijfsvoorraad zonder het vereiste handelaarskenteken, wat door de Inspecteur werd geconstateerd. Naar aanleiding daarvan werd een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd, met een verzuimboete van 100% van de nageheven belasting.
De rechtbank had de naheffingsaanslag gehandhaafd maar de boete verminderd tot 10% van de nageheven belasting, omdat belanghebbende volgens de rechtbank geen belasting verschuldigd zou zijn geweest als de auto niet tot de bedrijfsvoorraad had behoord. De Inspecteur stelde hoger beroep in tegen deze vermindering.
Het hof oordeelt dat de handelaarsregeling een uitzondering vormt op de hoofdregel van belastingplicht en dat de boete van 100% passend is bij het niet naleven van de voorwaarden van deze regeling. De omstandigheid dat belanghebbende mogelijk geen belasting had verschuldigd als de auto niet tot de bedrijfsvoorraad had behoord, rechtvaardigt geen vermindering van de boete.
Belanghebbende voerde aan dat het handelaarskenteken was bevestigd maar onderweg was losgeraakt, maar dit is niet aannemelijk gemaakt. Het hof verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond en bevestigt de boete van € 412.
Uitkomst: De verzuimboete van 100% van de nageheven motorrijtuigenbelasting wordt gehandhaafd.