Uitspraak
[appellante],
de curator,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
om bij arrest, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het tussen partijen onder rolnummer 195743 / HZ ZA 12-71, gewezen vonnis d.d. 14 november 2012 van de rechtbank Zwolle-Lelystad te vernietigen, zulks voor zover een deel van de vorderingen van geïntimeerde zijn toegewezen, en opnieuw rechtdoende, uitvoerbaar bij voorraad, voor zover de wet zulks toelaat, te veroordelen tot toewijzing van de vorderingen van appellante als eiseres in eerste aanleg zulks met inachtneming van de eiswijziging, met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties inclusief (na)salaris advocaat".
3.De vaststaande feiten
Daarnaast dient verder de boedelprocedure nog gerealiseerd te worden. Ik zal in dat kader op korte termijn een procedure opstarten."
4.De vordering en de beslissing in eerste aanleg
5.De grieven
6.De gewijzigde vordering van [appellante] in hoger beroep
7.De beoordeling
grieven I, II en III, die zich alle richten tegen de beslissing van de rechtbank dat het faillissement van [A] in de weg staat aan de vordering van [appellante] tot uitvoering van het periodiek verrekenbeding. Overigens komt het het hof niet juist voor dat de uitleg van de artikelen 8 en 10 van de huwelijkse voorwaarden moet zijn dat [appellante] in dit geval geen aanspraak kan maken op verrekening.
echtgenootin staat van faillissement verkeert. Het gaat hier om een voor het faillissement reeds bestaande vordering tot verrekening na echtscheiding op grond van artikel 1:141 BW Pro. Dat laat onverlet dat die vordering ter verificatie moet worden ingediend.
grief Vdie klaagt over de beslissing van de rechtbank dat er geen sprake is van onrechtmatig handelen jegens [appellante] ter zake de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening.