ECLI:NL:GHARL:2014:939
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Ch.E. Bethlem
- M.B. Beekhoven van den Boezem
- A.S. Gratama
- Rechtspraak.nl
Verdeling bijdrage overlijdensschade na medeplegen moord en nalaten waarschuwing
In deze civiele procedure staat de verdeling van de bijdrageplicht aan de overlijdensschade van de ouders van het slachtoffer centraal. Appellant is veroordeeld voor medeplegen van moord en medeplegen van het verbranden en wegvoeren van het lijk. Geïntimeerde is veroordeeld wegens het opzettelijk nalaten tijdig kennis te geven van een voorgenomen moord, waardoor het misdrijf heeft kunnen plaatsvinden.
Appellant betoogt dat geïntimeerde de schade had kunnen voorkomen door haar kennis te delen met justitie of politie en dat de rechtbank ten onrechte de billijkheidscorrectie in haar nadeel heeft toegepast. Het hof oordeelt dat de veroordeling van geïntimeerde op grond van artikel 136 Sr Pro niet automatisch betekent dat haar nalaten causaal verband houdt met de moord. Appellant heeft onvoldoende feiten aangevoerd om te bewijzen dat de moord voorkomen had kunnen worden.
Het hof bevestigt dat de billijkheidscorrectie terecht is toegepast door de rechtbank, waarbij de ernst van de fouten van partijen wordt meegewogen. Ook als geïntimeerde door waarschuwing de moord had kunnen voorkomen, blijft de verdeling gerechtvaardigd vanwege de ernst van de fout van appellant. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Arnhem bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank Arnhem wordt bekrachtigd.