ECLI:NL:RBARN:2008:BC9632
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid moordenaars voor shockschade ouders vermoorde dochter
Op 17 november 2003 werd de dochter van eisers op gruwelijke wijze vermoord door wurging en verbranding. De drie hoofdverdachten zijn onherroepelijk veroordeeld voor medeplegen van moord en het verbranden van het lijk. Een vierde gedaagde, een vriendin die van de moordplannen wist maar zweeg, werd veroordeeld voor het nalaten van tijdige kennisgeving.
De eisers vorderen vergoeding van materiële en immateriële schade, waaronder begrafeniskosten, arbeidsvermogensschade en shockschade. De rechtbank stelt vast dat de moordenaars onrechtmatig hebben gehandeld jegens het slachtoffer en ook jegens de ouders vanwege hun directe confrontatie met de gruwelijke gevolgen via media en strafprocedure, wat voldoende is voor aansprakelijkheid voor shockschade volgens het Shockschade-arrest.
De vriendin wordt niet aansprakelijk gehouden voor shockschade omdat er geen rechtstreeks verband is tussen haar nalaten en het geestelijk letsel van de ouders. De rechtbank benoemt een deskundige voor psychiatrisch onderzoek naar het geestelijk letsel van de eisers. De vordering tot vergoeding van begrafeniskosten wordt toegewezen en hoofdelijk aan de verdachten opgelegd. De overige vorderingen worden aangehouden in afwachting van het deskundigenonderzoek.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vergoeding van begrafeniskosten toe en houdt overige schadevorderingen aan voor nader deskundigenonderzoek.