Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde 1]
[geïntimeerde 2],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
”dat zij, in of omstreeks de periode van 1 oktober 2003 tot en met 17 november 2003 te [plaats] en/of (elders) in Nederland, kennis dragende van een voornemen tot moord op [naam dochter], op een tijdstip waarop het plegen van die moord nog voorkomen had kunnen worden, opzettelijk heeft nagelaten daarvan tijdig voldoende kennis te geven hetzij aan (een) ambtena(a)r(en) van justitie of politie, hetzij aan de bedreigde, [naam dochter], zulks terwijl de moord op [naam dochter] is gevolgd.“
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
(inhoudend p. 40/41:
toen ik zij kom we gaan hier da shit oproken bij die brug ik wou haar daar pakken en dan weggaan, was zo boos, maar ik kon me betje inhouden (helpt wel tot 10 tellen) ik ga me aan mij plan houden weet je.
wou je dat daar doen? Vandaag?
jah. Ik ging kapot van binnen man.
maar egt ik smeek je ik wil niet dat het gebeurd waar ik bij ben ok. [medegedaagde 2]. Ik wil da egt niej.)
[naam dochter] had haar die avond van vrijdag 14 november 2003 verteld dat [medegedaagde 2] tegen haar, [naam dochter], had gezegd dat hij haar ([naam dochter]) en [appellante] wilde vermoorden.
Daarom faalt de grief.
5.Slotsom
€ 894(1 punt x appeltarief II)