Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Arnhem(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende werd geconfronteerd met een informatiebeschikking van de Inspecteur op grond van artikel 52a AWR, omdat hij niet voldeed aan zijn informatieplicht over een buitenlandse bankrekening bij de Kredietbank Luxembourg (KB-Lux) in 2009. Eerder was hij strafrechtelijk veroordeeld voor het niet opgeven van een dergelijke rekening in de jaren 1995-1998.
De Inspecteur vorderde gegevens over de saldi en het gebruik van de rekening in 2009, waarop belanghebbende ontkende een buitenlandse rekening te hebben en stelde dat hij de aangifte volledig en juist had gedaan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde een termijn voor het alsnog verstrekken van informatie. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur terecht een redelijk vermoeden had dat belanghebbende in 2009 nog over de rekening beschikte, mede gebaseerd op het strafrecht-arrest en ervaringsregels. De ontkenning van belanghebbende voldeed niet aan de informatieplicht omdat hij niet alle vragen beantwoordde, met name over het aanhouden of aanwenden van het vermogen. Ook werd het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel niet geschonden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg een nieuwe termijn voor het voldoen aan de informatiebeschikking.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de informatiebeschikking blijft in stand.