Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het geschil betreft een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie en partneralimentatie na een inkomensdaling van de man en de instelling van bewind over zijn vermogen. De man heeft een inkomensdaling ondervonden door het aflopen van zijn arbeidscontract en is sindsdien gedeeltelijk werkloos geweest. De rechtbank had zijn alimentatieverplichtingen afgewezen, waarna hij hoger beroep instelde, mede namens zijn bewindvoerder.
Het hof erkent de bewindvoerder als formele procespartij en constateert een relevante wijziging van omstandigheden die een herbeoordeling van draagkracht en behoefte rechtvaardigt. De kinderalimentatie wordt berekend volgens de nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen, met inachtneming van het kindgebonden budget. De draagkracht van de man wordt vastgesteld op basis van zijn netto besteedbaar inkomen, rekening houdend met schuldenlast en bewindvoerderskosten.
De partneralimentatie wordt op nihil gesteld vanaf 12 september 2012, omdat de man onvoldoende draagkracht heeft en de kinderen voorrang hebben. De vrouw heeft een inkomen boven bijstandsniveau vanaf december 2013, maar dit leidt niet tot een hogere partneralimentatie. Het hof compenseert de proceskosten en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt verlaagd conform draagkracht en partneralimentatie wordt op nihil gesteld vanaf 12 september 2012.