Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[appellant],
[geïntimeerde],
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft appellant het hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter. Na een comparitie van partijen op 4 augustus 2014 werd geen schikking bereikt. Appellant vroeg meerdere malen uitstel voor het indienen van de memorie van grieven, met als uiterste datum 14 oktober 2014. Op die datum diende appellant echter geen grieven in, waarna de zaak ambtshalve peremptoir werd verwezen naar een latere roldatum.
Geïntimeerde stelde appellant peremptoir tegen een roldatum in december 2014 en vroeg tijdig akte niet dienen aan. Uiteindelijk werd appellant een uitstel van twee weken verleend tot 6 januari 2015. De memorie van grieven werd op die dag echter pas om 16:30 uur ingediend, terwijl het procesreglement een uiterste inlevertijd van 10:00 uur voorschrijft. De rolraadsheer weigerde daarom de memorie van grieven en verleende aan geïntimeerde akte niet dienen.
Omdat appellant geen grieven heeft ontwikkeld tegen het vonnis waarvan beroep en het oorspronkelijke vonnis niet in strijd is met openbare orde, werd het hoger beroep verworpen. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep, vastgesteld op een bedrag van €755,-. Het arrest werd uitgesproken op 24 februari 2015 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het hoger beroep werd verworpen wegens te late indiening van de memorie van grieven.