Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De vaststaande feiten
3.De motivering van de beslissing in hoger beroep
4.Slotsom
€ 589,00
€ 816,00
1.488,71
€ 683,00
€ 2.235,00(2,5 punten x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat centraal of appellante een recht van buurweg heeft over een stuk grond van geïntimeerde, dat toegang verschaft tot de achtertuin van haar perceel. Appellante is sinds 2011 eigenaar van het perceel, dat zij gebruikt voor een psychologenpraktijk en kantoorruimte. Geïntimeerde exploiteert een trafostation op een aangrenzend perceel.
De steeg tussen het pand van appellante en het perceel van een derde partij is circa 2,20 meter breed en wordt door appellante en haar rechtsvoorgangers al decennialang gebruikt om de tuin te bereiken. Geïntimeerde plaatste eind 2013 een muur en schutting die deze toegang blokkeren, waarna appellante in kort geding vorderde dat deze verwijderd zouden worden.
Het hof oordeelt dat er vóór 1992 een recht van buurweg is ontstaan, dat niet is vervallen door de opzegging van een huurovereenkomst in 2010. Het langdurige en gemeenschappelijke gebruik door meerdere buren, waaronder appellante en geïntimeerde, leidt tot een vermoeden van een recht van buurweg. Geïntimeerde kon dit vermoeden onvoldoende weerleggen.
Daarom wordt geïntimeerde veroordeeld om binnen dertig dagen een muur en schutting te verwijderen over een lengte van ten minste één meter, zodat appellante ongehinderd te voet toegang heeft tot haar tuin. Tevens wordt geïntimeerde veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Geïntimeerde wordt veroordeeld tot het verwijderen van de muur en schutting zodat appellante ongehinderd toegang heeft tot haar tuin.