ECLI:NL:RBUTR:2007:BC0288
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het recht op gebruik van een steeg als buurweg en plaatsing erfafscheiding
Eiseres is sinds 2004 eigenaar van een perceel met een betegelde steeg die deels tot haar perceel en deels tot dat van gedaagde behoort. Gedaagde gebruikt de steeg sinds 1966 om met de auto naar zijn magazijn te rijden. Eiseres vordert dat gedaagde geen gebruik meer mag maken van haar deel van de steeg en dat zij een erfafscheiding mag plaatsen.
De rechtbank onderzoekt of de steeg als buurweg kan worden aangemerkt volgens artikel 719 van Pro het oude Burgerlijk Wetboek en de overgangsregels. Er moet sprake zijn van gezamenlijk gebruik door buren en een uitdrukkelijke of stilzwijgende bestemming als buurweg. De rechtbank stelt vast dat de steeg breed en betegeld is en dat gedaagde en eiseres als buren de steeg gebruiken als uitweg, mede doordat gedaagde toestemming heeft om een stuk grond van een derde te gebruiken.
Eiseres stelt dat het gebruik slechts is gedoogd, maar de rechtbank concludeert op basis van verklaringen van de vorige bewoners en omwonenden dat er stilzwijgende instemming is. Het vermoeden van bestemming als buurweg wordt niet weerlegd. Daarom wijst de rechtbank de vorderingen van eiseres af en veroordeelt haar in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiseres af en bevestigt het recht van gedaagde op gebruik van de steeg als buurweg.