Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De man en vrouw zijn in juli 2004 te Somalië gehuwd en hebben een gezamenlijke zoon. De man heeft bij de rechtbank een verzoek tot echtscheiding ingediend, waarbij hij stelde dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Bij het verzoek is een Somalische echtscheidingsverklaring en vertaling overgelegd, waaruit blijkt dat volgens Somalisch recht beide partijen instemmen met de ontbinding van het huwelijk.
De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk omdat niet aannemelijk was gemaakt dat er volledige overeenstemming was over het verzoek tot echtscheiding. De man kwam hiertegen in hoger beroep en stelde dat het verzoek gegrond is en dat de vrouw instemt, mede gezien de moeilijkheden om contact met haar te krijgen.
Het hof oordeelde dat de Nederlandse rechter wel bevoegd is omdat ten minste één partij in Nederland woont, maar dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat de echtscheiding volgens Somalisch recht reeds is uitgesproken conform de gebruikelijke voorschriften. Het hof bekrachtigde de beschikking van de rechtbank en wees het verzoek af, met de kanttekening dat de man een verzoek tot erkenning van de Somalische echtscheiding kan indienen.
Uitkomst: Verzoek tot echtscheiding wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de echtscheiding reeds volgens Somalisch recht is uitgesproken.