Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de vraag centraal of artikel 1:251a lid 4 BW analoog toegepast kan worden op situaties waarin geen gezamenlijk gezag bestaat en een verzoek wordt gedaan tot wijziging van het gezag over een minderjarige uit een niet-huwelijkse relatie.
De bijzonder curator verzocht namens het kind om het gezag bij de vader te leggen of gezamenlijk gezag toe te kennen, verwijzend naar het arrest van de Hoge Raad dat minderjarigen in echtscheidingssituaties een eigen rechtsgang moeten hebben. Het hof overwoog echter dat deze rechtsgang wettelijk beperkt is tot situaties na ontbinding van een huwelijk en dat de wetgever niet heeft voorzien in een dergelijke mogelijkheid voor situaties zonder gezamenlijk gezag.
Het hof stelde vast dat het ontbreken van gezamenlijk gezag het onderscheidend element is en niet de huwelijkse staat van de ouders, waardoor geen sprake is van discriminatie. Het hof benadrukte dat het op de weg van de vader ligt om zelf een verzoek tot gezagswijziging in te dienen en dat de wet voldoende waarborgen biedt om het belang van het kind te beschermen.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank die het verzoek van de bijzonder curator afwees en bevestigde dat de vader niet zonder eigen verzoek met het gezag kan worden belast.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek tot wijziging van het gezag af.