Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland, maar betaalde het griffierecht niet binnen de gestelde termijn. Het Hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Belanghebbende tekende verzet aan en voerde aan dat hij niet in staat was het griffierecht te voldoen vanwege financiële problemen, waaronder het verlies van zijn bedrijf en een huurschuld.
Het Hof vroeg belanghebbende om nadere financiële informatie om zijn betalingsonmacht te beoordelen, maar hij gaf hieraan geen gehoor en verscheen ook niet bij de zitting. De ingediende stukken en toelichting waren onvoldoende om aan te tonen dat hij in de relevante periode betalingsonmacht had.
Het voorstel van belanghebbende om het griffierecht alsnog te voldoen werd verworpen omdat de termijn was verstreken. Het Hof concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en wees het verzet af. Er werden geen proceskosten opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van het Hof op 31 maart 2015.