De heffingsambtenaar legde aan belanghebbende aanslagen rioolheffing voor het jaar 2013 op, die belanghebbende betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en mat de aanslagen naar beneden vanwege een vermeende overschrijding van de opbrengstlimiet. De heffingsambtenaar stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het hof heeft het geschil inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de Verordening rioolheffing 2013 correct is vastgesteld en dat de geraamde baten de lasten niet overschrijden. Daarbij is vastgesteld dat de kosten voor vervanging en onderhoud van het bestaande rioleringsstelsel, inclusief projecten als het retentiebassin en afkoppeling van hemelwater, binnen de toegestane lasten vallen.
Belanghebbende heeft onvoldoende gemotiveerd aangetoond dat sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet. Het hof vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de heffingsambtenaar ongegrond. De proceskostenveroordeling uit de eerste aanleg blijft in stand.