Belanghebbende, een ondernemer met een auto in haar bedrijfsvermogen, gebruikte deze auto ook privé door een werknemer zonder vergoeding. Voor het eerste halfjaar van 2011 maakte belanghebbende gebruik van een goedkeuring die volledige aftrek van omzetbelasting toestond, met een forfaitaire berekening van de verschuldigde omzetbelasting in het laatste belastingtijdvak. Na wijziging van het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting (BUA) per 1 juli 2011 ontstond discussie over de verschuldigdheid van omzetbelasting over het eerste halfjaar.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof oordeelt dat de omzetbelasting over het privégebruik in het eerste halfjaar op grond van het BUA verschuldigd is, ook al was het BUA na 1 juli 2011 niet meer van toepassing. De goedkeuring in het Besluit van 9 februari 2009 verplichtte tot aangifte in het laatste tijdvak, en belanghebbende koos ervoor hiervan gebruik te maken.
Voor het tweede halfjaar van 2011 stelde belanghebbende dat de correctie beperkt moest blijven tot een percentage privégebruik van de autokosten, maar kon zij geen concrete kilometeradministratie overleggen. Het hof oordeelt dat statistische gegevens niet voldoende zijn om de omvang van het privégebruik vast te stellen, waardoor ook dit beroep faalt.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Proceskosten worden niet aan partijen opgelegd.