Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
14 april 2015
[Z](hierna: belanghebbende)
Belastingdienst/Kantoor Enschede(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen door de Ontvanger op verzoeken om afgifte van voor bezwaar vatbare beschikkingen inzake teruggaven omzetbelasting, inkomstenbelasting en Zvw. De rechtbank verklaarde deze beroepen niet-ontvankelijk en ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
In hoger beroep stond centraal of de belastingrechter bevoegd is om te oordelen over het niet nemen van een beschikking ex artikel 4:99 Awb Pro en over het niet toekennen van dwangsommen. Het hof overwoog dat de teruggaven geen bestuursrechtelijke geldschulden zijn omdat zij voortvloeien uit beschikkingen waartegen geen bezwaar of beroep openstaat. Hierdoor is titel 4.4 Awb niet van toepassing en is er geen sprake van verzuim in de zin van artikel 4:97 Awb Pro.
Het hof oordeelde dat de beslissing over rente, dwangsommen en schadevergoeding in verband met niet-tijdige uitbetaling tot de bevoegdheid van de burgerlijke rechter behoort. Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en verklaarde deze onbevoegd. De proceskosten werden aan de Ontvanger opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank onbevoegd en vernietigt het vonnis, waarbij de Ontvanger in de proceskosten wordt veroordeeld.