ECLI:NL:GHARL:2015:3363

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
7 mei 2015
Publicatiedatum
12 mei 2015
Zaaknummer
TBS P15/0086
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen verlenging terbeschikkingstelling en maatregelrapportage

De terbeschikkinggestelde is in hoger beroep gekomen tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant die de terbeschikkingstelling met een jaar verlengde en bepaalde dat het openbaar ministerie zorg moest dragen voor een maatregelrapport vier maanden voor het einde van de verlengingstermijn.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman stelden dat het resocialisatietraject was gestagneerd en verzochten om aanhouding van de zaak om de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging te onderzoeken. Het openbaar ministerie stelde dat het traject vordert en dat een voorwaardelijke beëindiging prematuur zou zijn.

Het hof oordeelde dat het verzoek tot onderzoek naar een voorwaardelijke beëindiging werd afgewezen omdat dit nu nog niet noodzakelijk was. Tevens vernietigde het hof de bepaling dat het openbaar ministerie verplicht was een maatregelrapport te verzorgen vier maanden voor het einde van de verlengingstermijn, omdat het wettelijke kader dit niet toestaat. Voor de rest bevestigde het hof de beslissing van de rechtbank.

Het hof achtte het wenselijk dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting onderzoek doet naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging en dat een maatregelrapport wordt opgemaakt, maar dit kan niet als bindende verplichting worden opgelegd.

Uitkomst: De verlenging van de terbeschikkingstelling wordt bevestigd, de verplichting tot maatregelrapportage wordt vernietigd en het verzoek tot onderzoek naar voorwaardelijke beëindiging wordt afgewezen.

Uitspraak

TBS P15/0086
Beslissing d.d. 7 mei 2015
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1988],
verblijvende in [kliniek].
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 december 2014, houdende verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar en bepaling dat het openbaar ministerie zal zorgdragen voor het bestaan van een maatregelenrapport, uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van de verlengingstermijn.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 17 december 2014;
- de aanvullende informatie van [kliniek] van 1 april 2015, met als bijlage de wettelijke aantekeningen van 14 juli 2014 tot en met 21 maart 2015.
Het hof heeft ter zitting van 23 april 2015 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, en de advocaat-generaal mr. M.J.M van der Mark.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
Het resocialisatietraject is gestagneerd. Primair dient de behandeling van de zaak daarom te worden aangehouden teneinde de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te onderzoeken. Subsidiair dient de beslissing van de rechtbank, indien juridisch mogelijk, in stand te worden gelaten.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het resocialisatietraject heeft in het verleden weliswaar vertraging opgelopen maar thans zit er vaart in dat traject. Er is inmiddels een machtiging onbegeleid verlof aangevraagd. Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is gelet op de pathologie van de terbeschikkinggestelde, diens beperkte mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid prematuur. De beslissing van de rechtbank dient daarom te worden bevestigd met uitzondering van de overweging dat uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van de verlengingstermijn een maatregelrapportage gereed dient te zijn. Een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege in de onderhavige verlengingstermijn is immers nog te vroeg.
Het oordeel van het hof
Afwijzen verzoek
Het hof acht zich op basis van de voorhanden zijnde informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Het verzoek tot het door de reclassering doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege wordt afgewezen, nu de noodzakelijkheid daarvan niet is gebleken. Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de maatregel thans prematuur gezien het belang van een gefaseerde uitbreiding van de vrijheden van de terbeschikkinggestelde en de stappen die nog moeten worden gezet in zijn resocialisatietraject. Het traject dat is ingezet dient te worden voortgezet.
Vernietigen/bevestigen
De rechtbank heeft zowel in de overwegingen als in het dictum opgenomen dat het openbaar ministerie zorg dient te dragen voor het bestaan van een maatregelrapport, uiterlijk vier maanden vóór het verstrijken van de verlengingstermijn. Voor een dergelijke imperatieve bepaling biedt het wettelijke beslissingskader van de verlengingsrechter geen ruimte. De verlengingsrechter kan zich in zijn overwegingen uitlaten over de wenselijkheid van een onderzoek door de reclassering naar de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege voor de volgende verlengingszitting, maar dit niet als onderdeel van zijn beslissing opleggen. Het hof zal de beslissing van de rechtbank daarom in zoverre vernietigen.
Het hof is voor het overige van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op juiste wijze heeft beslist. Daarom zal de beslissing, waarvan beroep met overneming van die gronden worden bevestigd.
Overweging
Het hof acht het, anders dan de advocaat-generaal, gewenst dat de reclassering voor de volgende verlengingszitting bij de rechtbank onderzoek doet naar de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en dat voor die zitting een maatregelrapport wordt opgemaakt en overgelegd.

Beslissing

Het hof:
Wijst afhet verzoek tot het doen onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 3 december 2014 met betrekking tot de terbeschikkinggestelde
[naam terbeschikkinggestelde]voor zover deze betreft de bepaling dat het openbaar ministerie zorg dient te dragen voor het bestaan van een maatregelrapport, uiterlijk vier maanden voor het verstrijken van de verlengingstermijn.
Bevestigtvoormelde beslissing voor het overige.
Aldus gedaan door
mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr. G. Mintjes en mr. A.B.A.P.M. Ficq als raadsheren,
en dr. L. Kaiser en dr. W. van Kordelaar als raden,
in tegenwoordigheid van mr. G.J.B. van Weegen als griffier,
en op 7 mei 2015 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.