Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.Slotsom
€ 3.895,-(1 punt x tarief VII)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De curator van het faillissement van een natuursteenhandelende vennootschap stelde de bestuurder aansprakelijk wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en onrechtmatig handelen jegens crediteuren. De rechtbank wees de primaire vordering af en kende slechts een beperkte subsidiaire vordering toe.
In hoger beroep voerde de curator aan dat de bestuurder de boekhoudplicht had geschonden, verliezen niet correct had verwerkt en activa buiten de balans had gehouden, waardoor een onjuist beeld van kredietwaardigheid was ontstaan. De bestuurder stelde dat externe factoren zoals de economische crisis, ziekte en faillissementen van grote klanten de oorzaak van het faillissement waren en dat hij pogingen had gedaan het tij te keren.
Het hof oordeelde dat de bestuurder voldoende aannemelijk had gemaakt dat externe oorzaken het faillissement veroorzaakten en dat de curator onvoldoende had gesteld om het vermoeden van onbehoorlijk bestuur te weerleggen. Ook het verwijt van onrechtmatig handelen en selectieve betaling faalde wegens gebrek aan bewijs van ernstig verwijt en verhaalsbenadeling.
Het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen en veroordeelde de curator in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en wijst de vorderingen van de curator tot bestuurdersaansprakelijkheid en onrechtmatig handelen af.