Belanghebbende, een autohandelaar, kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting opgelegd over de periode 4 november 2009 tot 3 november 2010, inclusief een verzuimboete van €407 wegens het gebruik van een personenauto zonder correct aangebracht handelaarskenteken. De Rechtbank had de boete verminderd tot €118, maar het Hof Den Bosch vernietigde deze beslissing en matigde de naheffingsaanslag tot €350.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van Hof Den Bosch voor wat betreft de boete en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het Hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd en dat de omstandigheid dat de auto slechts drieënhalve maand in bezit was geweest geen reden tot matiging gaf. Belanghebbende had een beroep gedaan op afwezigheid van alle schuld (avas), stellende dat de kentekenplaat door het nat worden in een wasstraat was losgeraakt, maar slaagde hier niet in.
Het Hof concludeerde dat het gebruik van plakband om de kentekenplaten tijdelijk te bevestigen onvoldoende zorgvuldigheid betrof en dat de boete van 100% passend was, conform het beleid van de Staatssecretaris. Het hoger beroep van de Inspecteur werd gegrond verklaard, het incidenteel hoger beroep van belanghebbende faalde, en de uitspraak van de Rechtbank werd vernietigd voor zover deze betrekking had op de boete.