Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van een kantoorpand aan de [a-straat] 215C te [A], vastgesteld op €1.139.000 per waardepeildatum 1 januari 2012. De kern van het geschil betrof de juiste kapitalisatiefactor bij toepassing van de huurwaardekapitalisatiemethode.
De heffingsambtenaar baseerde de waarde op een taxatierapport waarin een kapitalisatiefactor van 10,1 werd gehanteerd, onderbouwd met verkoopgegevens van een vergelijkbaar kantoorpand aan de [b-straat] 19 te [A]. Belanghebbende stelde dat de kapitalisatiefactor op 7,45 moest worden vastgesteld, gebaseerd op de bottum-up methode.
Het Hof oordeelde dat het kantoorpand aan de [b-straat] 19 zeer vergelijkbaar is met het onderhavige pand en dat één verkoopgegeven voldoende is om de kapitalisatiefactor te bepalen. De door belanghebbende voorgestelde bottum-up methode werd verworpen vanwege de arbitraire inschatting van risico-opslagen en onzekerheden.
Geconcludeerd werd dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog heeft vastgesteld en het hoger beroep ongegrond is verklaard. De uitspraak van de Rechtbank werd bevestigd.