Belanghebbende stelde beroep in tegen de definitieve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2008, waarin de voorlopige teruggaaf (VT) van €1.785 werd verrekend met de aanslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde.
Het geschil betrof de vraag of de VT rechtsgeldig was bekendgemaakt, een vereiste voor verrekening met de aanslag. De Inspecteur kon geen bewijs overleggen van verzending, maar stelde dat de VT op het juiste adres was gesteld en derhalve ontvangen. Het Hof oordeelde dat deze stelling onvoldoende is om rechtsgeldige bekendmaking aan te nemen.
Desondanks achtte het Hof de verrekening geoorloofd omdat de VT in het systeem van de Belastingdienst was vastgesteld en het bedrag ten goede van belanghebbende was gekomen via verrekening met openstaande belastingschulden. De grieven tegen de heffingsrente werden eveneens ongegrond verklaard. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.