De ouders van een hoogbegaafd kind vroegen vrijstelling van de leerplicht voor het schooljaar 2014-2015 om hun kind onderwijs te laten volgen bij het Centrum voor Creatief Leren (CCL). Voor de voorgaande schooljaren 2012-2013 en 2013-2014 had de gemeente deze vrijstelling toegekend, waardoor de ouders een persoonsgebonden budget (PGB) konden verkrijgen voor bekostiging van het onderwijs.
Voor het schooljaar 2014-2015 weigerde de gemeente de vrijstelling omdat het beroep niet aan de wettelijke eisen voldeed, mede op basis van een aanvullend onderzoek door een door de gemeente aangewezen psycholoog. De ouders startten een kort geding om de gemeente te verbieden hen te verplichten het kind in te schrijven op een reguliere school en om een verklaring af te geven voor het PGB.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dat vonnis voor zover het tegen de leerplichtambtenaar was gericht. Het hof oordeelde dat de gemeente niet onrechtmatig had gehandeld door de vrijstelling te weigeren, maar dat het belang van het kind gebood de vrijstelling voor het lopende schooljaar toch in stand te laten vanwege de kwetsbaarheid van het kind en het belang van continuïteit in het onderwijs.
De vorderingen tegen de leerplichtambtenaar werden afgewezen omdat de ouders onvoldoende stelden dat haar persoonlijk een ernstig verwijt treft. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd. Het arrest bevestigt de complexe afweging tussen wettelijke eisen, belangen van het kind en de rol van de gemeente in leerplichtzaken.