Uitspraak
200602431/1) vloeit de vrijstelling van de verplichting om te zorgen dat een jongere als leerling van een school is ingeschreven rechtstreeks voort uit artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet, indien de kennisgeving voldoet aan de in artikel 6 van Pro de Leerplichtwet opgenomen vormvoorschriften en de verklaring bevat als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van deze wet. Uit het vorenstaande volgt, naar de rechtbank terecht heeft overwogen, dat het college niet bevoegd was en is ter zake van de kennisgeving van [appellanten] een inhoudelijke beslissing te nemen. De brief van 29 juni 2007 kan, gelet op de inhoud en strekking daarvan, niet worden aangemerkt als een weigering om vrijstelling op grond van artikel 5, aanhef en onder b, van de Leerplichtwet te verlenen, maar behelst slechts mededelingen van louter informatieve aard. De brief bevat derhalve geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Of wordt voldaan aan de door de Leerplichtwet gestelde voorwaarden, kan uitsluitend worden beoordeeld in het kader van een strafrechtelijke procedure wegens overtreding van het bepaalde in de Leerplichtwet.