ECLI:NL:GHARL:2015:7246
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen boete voor vasthouden mobiele telefoon tijdens het rijden
De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €220 opgelegd wegens het vasthouden van een mobiele telefoon tijdens het rijden op 18 oktober 2012. Hij stelde dat hij geen telefoon vasthield, maar een klein etuitje, en dat de verbalisant geen juiste waarneming had gedaan.
De kantonrechter verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond omdat hij geen beroepsgronden had opgegeven. De betrokkene had echter tweemaal verzocht om de onderliggende stukken, waaronder het zaakoverzicht, om zijn beroep te onderbouwen, maar deze werden niet verstrekt door de officier van justitie.
Het gerechtshof oordeelde dat de officier van justitie hiermee niet handelde in overeenstemming met artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Hierdoor kon de betrokkene geen gronden aanvoeren en mocht zijn beroep niet niet-ontvankelijk worden verklaard.
Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en de officier van justitie en verklaarde het beroep gegrond. Tevens oordeelde het hof dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant onvoldoende was om de gedraging aan te tonen, waardoor de boete niet in stand kon blijven.
Er werden geen kosten toegekend en het arrest werd uitgesproken door mr. Van Schuijlenburg.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt de eerdere beslissingen en verklaart het beroep gegrond omdat de betrokkene niet tijdig de benodigde stukken ontving om zijn beroep te onderbouwen.