Uitspraak
1.Het hoger beroep
2.Onderzoek van de zaak
3.Het vonnis waarvan beroep
4.De tenlastelegging
hij, op of omstreeks 8 april 2005 te Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), te weten: [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] , althans alleen, 118, althans een hoeveelheid, bankbiljetten (ter waarde) van (elk) 500 euro (in totaal 59.000 euro), waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen hij/zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad en/of zich heeft verschaft en/of heeft ontvangen en/of heeft vervoerd en/of heeft ingevoerd;2 primair:
hij, in of omstreeks de periode van 25 maart 2005 tot en met 7 april 2005, te Den Haag, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en) te weten: [medeverdachte 4] en/of (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk 1 bankbiljet (ter waarde) van 500 euro, waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn medeverdachte(n), toen hij/zij dat bankbiljet ontving(en) (van [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ), bekend was, als echt en onvervalst heeft uitgegeven (aan [medeverdachte 5] ), en/of 1 bankbiljet (ter waarde) van 500 euro, waarvan de valsheid of vervalsing hem, verdachte, en/of zijn medeverdachte(n), toen hij/zij dat bankbiljet ontving(en) (van [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] ), bekend was, met het oogmerk om dat bankbiljet als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft gehad en/of heeft ontvangen en/of heeft vervoerd en/of heeft ingevoerd en/of zich heeft verschaft;2 subsidiair:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] , tezamen en in vereniging, althans alleen, op of omstreeks 08 april 2005 te Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, 118, althans een hoeveelheid, bankbiljetten (ter waarde) van (elk) 500 euro (in totaal 59.000 euro), waarvan de valsheid of vervalsing hem/hun, toen hij/zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft/hebben gehad en/of zich heeft/hebben verschaft en/of heeft/hebben ontvangen en/of heeft/hebben vervoerd en/of heeft/hebben doorgevoerd en/of heeft/hebben ingevoerd, welk(e) bovenstaand(e) feit(en) hij, verdachte, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 8 april 2005 te Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, door giften en/of beloften en/of misleiding en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen, te weten door het leggen van de contact(en) met en/of tussen [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of door het in het vooruitzicht stellen/toezeggen van een (geld)beloning/commissie en/of (geld)betaling (aan [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] ) en/of door te onderhandelen over de prijs van de valse of vervalste bankbiljetten met [medeverdachte 1] en/of (een) ander(en) en/of door het bestellen van een hoeveelheid, valse en/of vervalste bankbiljetten (van 500 euro) en/of door het afspreken en/of doorgeven van de plaats van (af)levering van de valse en/of vervalste bankbiljetten, opzettelijk heeft uitgelokt;2 meer subsidiair:
[medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] , tezamen en in vereniging, althans alleen, op of omstreeks 08 april 2005 te Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, 118, althans een hoeveelheid, bankbiljetten (ter waarde) van (elk) 500 euro (in totaal 59.000 euro), waarvan de valsheid of vervalsing hem/hun, toen hij/zij die bankbiljetten ontving(en), bekend was, met het oogmerk om die bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft/hebben gehad en/of zich heeft/hebben verschaft en/of heeft/hebben ontvangen en/of heeft/hebben vervoerd en/of heeft/hebben doorgevoerd en/of heeft/hebben ingevoerd, tot het plegen van welk feit/misdrijf hij, verdachte, op een of meer tijdstippen) in of omstreeks de periode van 1 december 2004 tot en met 8 april 2005, te Amsterdam en/of Den Haag, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door het leggen van de contact(en) met en/of tussen [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of door het in het vooruitzicht stellen/toezeggen van een (geld)beloning/commissie en/of (geld)betaling (aan [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] ) en/of door te onderhandelen over de prijs van de valse of vervalste bankbiljetten met [medeverdachte 1] en/of (een) ander(en) en/of het bestellen van een hoeveelheid, valse en/of vervalste bankbiljetten (van 500 euro) en/of het afspreken en/of doorgeven van de plaats van (af)levering van de valse en/of vervalste bankbiljetten;
5.Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie
[medeverdachte 5] [1] heeft de Hoge Raad de beslissing van het Haagse hof in stand gelaten en het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. De beslissing van het hof hield in dat:
in de eerste plaatsaf dat [medeverdachte 3] ,
“Daarbij verdient opmerking dat hetgeen het Hof voorts nog heeft overwogen en in het bijzonder zijn keuze van "de zwaarst mogelijke sanctie, namelijk de niet-ontvankelijkheid van het OM" teneinde "zowel de CIE als het OM te doordringen van de ernst van de situatie", onvoldoende grond oplevert voor de niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging van de verdachte.”) af, dat het niet-ontvankelijk verklaren van het Openbaar Ministerie in verband met het onrechtmatig overheidsoptreden en de schending van het publieke belang door de Hoge Raad een te zware sanctie wordt geoordeeld.