Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep, verder te noemen: de man,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen waren gehuwd in gemeenschap van goederen en zijn in februari 2015 gescheiden. De man ontving in verband met een bedrijfsongeval een letselschade-uitkering van €130.000,-. Hij verzocht om vaststelling dat een bedrag van €102.500,- van deze uitkering aan hem verknocht is en dus buiten de gemeenschap valt.
De vrouw betwistte dit en stelde dat de uitkering op de gezamenlijke rekening was gestort en deels aan gezamenlijke uitgaven was besteed. Het hof overwoog dat alleen het deel van de uitkering dat betrekking heeft op smartengeld, vanwege het hoogstpersoonlijke karakter, als verknocht kan worden beschouwd.
Op basis van stukken en een brief van de letselschadespecialist stelde het hof vast dat €22.195,- van de uitkering als smartengeld kan worden aangemerkt en dus verknocht is. De rest van de uitkering is niet voldoende onderbouwd als verknocht en valt binnen de gemeenschap. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat €22.195,- van de letselschade-uitkering aan de man verknocht is en buiten de gemeenschap blijft.