Uitspraak
Cimsolutions,
[geïntimeerde] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
Grief IIwordt bezwaar gemaakt tegen rechtsoverweging 3.8, inhoudend:
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond de schorsing van een concurrentiebeding centraal. Werknemer, een senior software engineer, wenste over te stappen naar een concurrerend bedrijf, Quintor, maar werd door zijn werkgever, Cimsolutions, aan het concurrentiebeding gehouden. De kantonrechter had het beding geschorst en het hof bekrachtigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat werknemer geen toegang had tot bedrijfsgevoelige informatie en geen persoonlijk commercieel contact met klanten had, waardoor de bescherming van het bedrijfsdebiet van werkgever niet in het geding was. Daarnaast was de investering van werkgever in opleiding en deskundigheid van werknemer beperkt en was er geen sprake van een sleutelrol van werknemer binnen de organisatie.
De werkgever kon ook niet concreet aantonen welke bedrijfseconomische schade zou ontstaan door schorsing van het beding. Het hof vond dat het concurrentiebeding vooral was bedoeld om personeel vast te houden op een krappe arbeidsmarkt, wat niet rechtstreeks het bedrijfsdebiet raakt en niet zwaarwegend is in de belangenafweging.
Werknemer toonde een duidelijk belang aan om bij de nieuwe werkgever te werken, ook al ging dit gepaard met een salarisverlaging. De belangenafweging viel zodanig in het voordeel van werknemer uit dat het hof verwachtte dat de bodemrechter het beding als onbillijk benadelend zal vernietigen. De grieven van werkgever werden verworpen en de schorsing van het concurrentiebeding bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de schorsing van het concurrentiebeding omdat het beding de werknemer onbillijk benadeelt.