Uitspraak
1.Henisol Insulation B.V.,
Henisol,
[appellant],
Henisol c.s.,
Harsco,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond het hoger beroep tegen een tussenvonnis centraal waarin de rechtbank had besloten het bewijsbeslag op kopieën uit de administratie niet op te heffen. Henisol c.s. stelde dat het vonnis mede een provisioneel karakter droeg en daarom vatbaar was voor tussentijds hoger beroep. Het hof oordeelde dat dit niet het geval was, omdat het vonnis betrekking had op de voortgang en instructie van de zaak, waarvoor tussentijds hoger beroep is uitgesloten.
De rechtbank had expliciet geweigerd tussentijds hoger beroep toe te staan. Het hof verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin is bepaald dat beslissingen die de voortgang van de procedure betreffen, niet onder de uitzondering voor provisionele vonnissen vallen. Ook het bewijsbeslag, dat mede gebaseerd is op artikel 843a Rv, wordt als tussenvonnis aangemerkt.
Het hof overwoog verder dat de vrees van Henisol c.s. dat een uitvoerbaarverklaring bij voorraad hun belangen zou schaden, onvoldoende is om het appel ontvankelijk te verklaren. Het hof wees tevens op het belang van duidelijkheid over welke stukken onder het bewijsbeslag vallen voor een juiste beoordeling van inzageverzoeken.
Uiteindelijk verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde Henisol c.s. in de kosten van het hoger beroep ten gunste van Harsco.
Uitkomst: Het hof verklaart het tweede hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt Henisol c.s. in de kosten van het hoger beroep.