In deze zaak is het hoger beroep ingesteld door de officier van justitie tegen een ontnemingsvonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad. De akte van hoger beroep bevatte echter een onjuiste vonnisdatum en een verkeerde kamer van de rechtbank die het ontnemingsvonnis zou hebben gewezen.
Het hof heeft tijdens de terechtzitting op 10 december 2015 kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep. De verdediging heeft zich hierbij aangesloten.
De jurisprudentie van de Hoge Raad maakt het mogelijk om fouten in de akte van hoger beroep te herstellen binnen bepaalde grenzen, maar deze mogelijkheid geldt uitsluitend voor de verdachte en diens raadsman, niet voor het openbaar ministerie. Omdat de akte van de officier van justitie onherstelbare fouten bevatte, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Het feit dat de appelakte het juiste parketnummer bevatte en dat de officier van justitie na het verstrijken van de termijn telefonisch en per e-mail melding maakte van de fout, doet hieraan niet af. Het hof heeft daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.