Uitspraak
Overwegingen:
Beslissing
ontvankelijkin zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling.
[terbeschikkinggestelde].
één jaar.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een terbeschikkinggestelde die in 2012 een maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden opgelegd kreeg voor een maximale duur van vier jaar. Door een wetswijziging in 2010 is de maximale duur van deze maatregel verruimd tot negen jaar. De rechtbank verklaarde de officier van justitie in 2016 niet-ontvankelijk in zijn vordering tot verlenging, omdat volgens haar de terbeschikkinggestelde gerechtvaardigde verwachtingen had dat de maatregel maximaal vier jaar zou duren.
Het hof oordeelt echter dat deze opvatting onjuist is en dat de wetswijziging niet als een wijziging van het sanctierecht ten nadele van de terbeschikkinggestelde kan worden beschouwd. Het arrest van de Hoge Raad van 2013 bevestigt dat de verlengingsrechter bevoegd is over de voortzetting van de maatregel. De terbeschikkinggestelde kan derhalve geen rechtens relevante verwachting hebben dat verlenging niet mogelijk is.
De reclassering rapporteerde een verhoogd recidiverisico, mede door recent delictgerelateerd gedrag waarbij de terbeschikkinggestelde contact zocht met een minderjarig meisje. Psychiatrische en psychologische rapportages konden geen advies geven wegens gebrek aan medewerking. Het hof weegt het belang van de maatschappelijke veiligheid zwaarder dan het vertrouwensbeginsel en verlengt de maatregel met één jaar om de voortgang nader te kunnen toetsen.
De beslissing van de rechtbank Amsterdam van 6 juli 2016 wordt vernietigd, en het openbaar ministerie wordt ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Uitkomst: Het hof verlengt de terbeschikkingstelling met voorwaarden met één jaar wegens hoog recidiverisico en maatschappelijke veiligheid.