Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak verzocht de vrouw schorsing van de uitvoerbaarverklaring van de beschikking omtrent kinderalimentatie na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking. De man en vrouw zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank had bepaald dat de man kinderalimentatie van €368 per kind per maand moet betalen vanaf inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, terwijl hij tot die tijd €1600 netto per maand aan de vrouw betaalt op grond van voorlopige voorzieningen.
Tijdens de mondelinge behandeling troffen partijen overeenstemming over de bewoning van de echtelijke woning, waardoor het verzoek tot schorsing daarvan werd ingetrokken. Het hof beoordeelde het verzoek tot schorsing van de kinderalimentatie. De vrouw wilde met het verzoek bereiken dat de man ook na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking het hogere bedrag van €1600 per maand zou blijven betalen.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen belang had bij het verzoek voor de periode tot inschrijving, omdat de voorlopige voorziening dan geldt. Na inschrijving verliezen voorlopige voorzieningen van rechtswege hun kracht. De schorsing van de beschikking kan dit wettelijke regime niet doorbreken. Daarom kan de vrouw niet bereiken dat de man het hogere bedrag blijft betalen. Het verzoek tot schorsing werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de vrouw wordt afgewezen; de beschikking kinderalimentatie blijft uitvoerbaar bij voorraad.