Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
1 maart 2016
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Zwolle(hierna: de Inspecteur)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag in het recht van successie, opgelegd omdat de Inspecteur meende dat niet was voldaan aan het voortzettingsvereiste van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. De nalatenschap betrof een landbouwonderneming met een melkveehouderij die na het overlijden van de erflater grotendeels werd afgestoten.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en het Hof bevestigde dit oordeel. Het Hof overwoog dat ondanks de intentie van belanghebbende om de onderneming voort te zetten, de verkoop van het vee en melkquotum, en de wijziging in de bedrijfsactiviteiten, wezenlijk afwijken van de oorspronkelijke onderneming. Dit betekent dat niet is voldaan aan het vereiste van voortzetting gedurende vijf jaar.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat belanghebbende geen vergelijkbare gevallen kon aantonen waarin de Inspecteur anders handelde. De navorderingsaanslag werd daarom in stand gelaten en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag is terecht opgelegd omdat de onderneming niet volledig is voortgezet binnen de vereiste vijf jaar.