Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM
1.de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [geïntimeerde 1] B.V.,
[geïntimeerde 2] ,
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [geïntimeerde 3] B.V.,
[geïntimeerde 4] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
“een aantal appartementen in onderpand geven”.Partijen gaan er alle van uit dat daarmee is bedoeld het vestigen van rechten van hypotheek op een aantal nog niet aan derden verkochte appartementen. Justus Magnus en [C] Projecten hebben afgesproken voor de uitvoering van de zekerheidsclausule een afspraak te maken met de notaris.
BETALINGSREGELING'.In dit concept is opgenomen dat Justus Magnus een onherroepelijke volmacht geeft aan [C] Projecten om de verkoopopbrengst van een drietal appartementen door de betrokken notaris te laten overboeken naar een bankrekening van [C] Projecten. In dit ontwerp is verder een positieve/negatieve hypotheekverklaring ten aanzien van deze drie appartementen opgenomen ten hoogste ten belope van € 50.000,- per appartement alsmede de volgende verklaring:
De discussie welke bedragen op dit moment al dan niet verschuldigd zijn.
Welke zekerheid in de aannemingsovereenkomst d.d. 9 mei 2008 staat verwoord.
"BETALINGSREGELING". Dit concept is grotendeels gelijk aan het eerdere concept. De positieve/negatieve hypotheekverklaring behelst in dit concept een bedrag van ten hoogste € 315.000,- per appartement of in totaal
wij zelf met een aanpassing op het voorstel van de notaris terugkomen."Uit de daarna verzonden brief van 9 maart 2009 kon Justus Magnus immers begrijpen dat [C] Projecten nogmaals een concreet voorstel van Justus Magnus vroeg bij gebreke waarvan Justus Magnus in verzuim zou verkeren. Een dergelijk voorstel is niet gedaan. Het recht van hypotheek diende blijkens de afspraak van partijen zekerheid te geven voor de bouwsom, voor zover deze niet was of zou worden voldaan. Dat tussen partijen een geschil was ontstaan over de vraag of overeenkomstig de stand van het werk mocht worden gefactureerd, wat de stand van het werk dan was en of Justus Magnus gehouden was de gefactureerde termijnen binnen de betalingstermijn daarvan te betalen, kan niet afdoen aan deze verplichting van Justus Magnus recht van hypotheek te vestigen voor de bouwsom, voor zover deze niet was voldaan.