Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
heffingsambtenaarvan de
gemeente Borger-Odoorn(hierna: de heffingsambtenaar)
[Z](hierna: belanghebbende)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De heffingsambtenaar van de gemeente Borger-Odoorn stelde de waarde van een opslagruimte met showroom aan de [a-straat] 5A te [Z] voor het jaar 2014 vast op €269.000, wat leidde tot een aanslag onroerendezaakbelasting (OZB). Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beschikking, maar dit werd door de heffingsambtenaar afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de rechtbank Noord-Nederland, die de beschikking en aanslag vernietigde en de waarde verlaagde tot €247.500.
De heffingsambtenaar ging in hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Tijdens de zitting op 17 februari 2016 werden beide partijen gehoord en diverse taxatierapporten en een matrix met vergelijkingsverkopen besproken. De heffingsambtenaar onderbouwde zijn waardering met een taxatierapport van €314.000 en een aanvullend rapport van €300.000, waarbij de gehanteerde kapitalisatiefactor en huurwaarde transparant werden toegelicht.
Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van €269.000 niet hoger is dan de waarde in het economisch verkeer op de waardepeildatum. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beschikking van de heffingsambtenaar bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de waardering van de heffingsambtenaar van €269.000 en vernietigt het vonnis van de rechtbank.